Betalingsonwil kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid

Betalingsonwil kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid

Een onderneming kan, nadat een aanneemovereenkomst is ontbonden, een klant niet terugbetalen. Is hier sprake van betalingsonmacht of betalingsonwil?

Een eigenaar schakelt een aannemingsbedrijf in om zijn pand te renoveren. Hij betaalt ruim € 380.000 vooruit. Op enig moment ontbindt hij de aannemingsovereenkomst op grond van wanprestatie. Een rechtbank veroordeelt het bedrijf om de klant terug te betalen.

Nieuwe procedure

Als het bedrijf niet betaalt, begint de klant een nieuwe procedure. Hij stelt dat de bestuurder (tevens enig aandeelhouder) van het aanneembedrijf aansprakelijk is voor de schade die de klant lijdt nu deze bestuurder het eerdere vonnis niet nakomt. Maar volgens de rechtbank is geen sprake van bestuurdersaansprakelijkheid. Tegen dit vonnis gaat de klant in hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.

Investering in bitcoins

De klant stelt dat, in de periode dat hij de vooruitbetalingen deed, de bestuurder veel geld uit de vennootschap heeft gehaald. Dat blijkt ook uit de balans: het bedrijf heeft een forse vordering op de bestuurder. De vooruitbetalingen heeft de bestuurder gebruikt voor eigen levensonderhoud en privé-uitgaven, waaronder een privé-investering in bitcoins. Dat verklaart waarom de vennootschap niet kan voldoen aan het eerdere vonnis. Nu de onderneming nog steeds actief is en inkomsten genereert, maar toch niet betaalt, is volgen de klant sprake van betalingsonwil. De bestuurder spreekt van ‘betalingsonmacht’ van haar bedrijf.

Bestuurdersaansprakelijkheid

In beginsel is alleen een vennootschap aansprakelijk voor schulden. Maar ook de bestuurder die namens de vennootschap heeft gehandeld of heeft bewerkstelligd dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt, kan aansprakelijk zijn. Wel moet de bestuurder dan een ‘voldoende ernstig verwijt’ kunnen worden gemaakt. Daarvan is sprake als vaststaat dat de bestuurder wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat door zijn handelwijze de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor schade die een ander daardoor lijdt.

Persoonlijk ernstig verwijt

Dit bedrijf heeft de vordering van de klant nog steeds niet betaald. Tegelijkertijd heeft de bestuurder een forse rekening-courantschuld (€ 173.487) aan haar bedrijf. Die had zij kunnen aflossen, stelt het gerechtshof. Zij had haar cryptomunten kunnen verkopen en daarmee haar schuld aan haar bedrijf kunnen aflossen. Daarnaast werkt de bestuurder ook bij een ander bedrijf en krijgt daar een inkomen. Dat zij desondanks de klant niet heeft terugbetaald, valt haar persoonlijk ernstig te verwijten. Dat zij de schuld aan haar eigen bedrijf niet aflost, gaat ten koste van de klant als schuldeiser van het bedrijf. Ook het hof noemt dit betalingsonwil, waarvoor de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. Wel matigt het hof die aansprakelijkheid tot de hoogte van de rekening-courantschuld aan het bedrijf.

Verhalen op het bedrijf

De vordering van de klant is echter hoger dan dit bedrag. Is de bestuurder ook daarvoor persoonlijk verantwoordelijk? Het hof oordeelt van niet. Toen de overeenkomst werd gesloten – nog vóór de aanschaf van de crypto – wist de bestuurder nog niet dat het bedrijf de verplichtingen niet kon nakomen. De vordering van de klant is pas veel later vastgesteld, met de eerste procedure. Die veroordeling was ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet voorzienbaar. Het bedrijf heeft in ieder geval de overeengekomen werkzaamheden ten dele verricht. Pas veel later is een geschil met de klant ontstaan. In het vonnis is dat geschil inhoudelijk beslecht, in het nadeel van het bedrijf. De bestuurder moet de klant uit eigen zak betalen, oordeelt het hof, tot een bedrag van de rekening-courantschuld. De rest moet de klant zien te verhalen op het bedrijf.