Ook uitgetreden vennoot kan aansprakelijk zijn voor schulden van VOF

Ook uitgetreden vennoot kan aansprakelijk zijn voor schulden van VOF

Vennoten van een VOF zijn hoofdelijk verbonden voor de schulden van de vennootschap. Treedt een vennoot uit, dan blijft deze aansprakelijk voor schulden van de VOF die zijn ontstaan vóór zijn vertrek. Daar hadden drie uitgetreden vennoten in deze zaak niet op gerekend.

Drie personen werkten voor een vennootschap onder firma die hen uitleende aan een tankstation. Dit werd geëxploiteerd door een BV. Op enig moment krijgen zij geen salaris meer. De BV beëindigt de samenwerking met de VOF, dat voor de drie personen geen ander werk heeft. Zij eisen hun achterstallig salaris. De VOF heeft meerdere vennoten maar drie ervan zijn uitgetreden. Ze zeggen dat ze geen invloed meer hebben gehad op de zoektocht naar nieuwe opdrachtgevers (het tankstation was hun enige opdrachtgever) en vinden zichzelf niet aansprakelijk voor schulden jegens personeel die na hun uittreden zijn ontstaan. De drie personen stappen naar de kantonrechter (rechtbank Rotterdam) en eisen hun salaris.

Uitgetreden

Hebben de uitgetreden vennoten een punt? Dat is geregeld in het Wetboek van Koophandel. Daarin staat dat de vennoten van een VOF hoofdelijk verbonden zijn voor de schulden van de vennootschap. De aansprakelijkheid van de vennoten betreft alle schulden van de vennootschap ongeacht of zij ontstaan zijn uit overeenkomst of onrechtmatige daad. De vennoten moeten, voor zover mogelijk, dezelfde prestatie verrichten als de vennootschap verschuldigd was. Een uittredende vennoot blijft na zijn uittreden aansprakelijk voor schulden van de vennootschap die zijn ontstaan vóór het uittreden.

Salarisbetaling

Aangezien de drie vennoten zijn uitgetreden nadat de arbeidsovereenkomsten met de drie personen zijn ontstaan, blijven zij aansprakelijk voor de salarisbetalingen. De vraag is vervolgens: hoeveel is dat? Een van hen heeft namelijk gedurende enige tijd meer gewerkt dan in de arbeidsovereenkomst staat maar in de laatste maanden juist minder, vanwege vakantie.

Welk maandsalaris?

De kantonrechter moet dan bepalen hoeveel salaris deze persoon in de laatste maanden moet krijgen. Op grond van het Burgerlijk Wetboek wordt de bedongen arbeid in enige maand, indien een arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, vermoed een omvang te hebben die gelijk is aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden. Op basis daarvan wordt het laatste bruto maandsalaris vastgesteld.

Wettelijke verhoging

Voor alle drie personen geldt: achteraf gezien is het salaris te laat betaald. In het Burgerlijk Wetboek staat dat een werknemer recht heeft op een wettelijke verhoging vanwege het niet (tijdig) betalen van het loon. Dit geldt als de te late betaling aan de werkgever kan worden toegerekend. Die verhoging bedraagt maximaal 50 procent. De vennoten hebben aangevoerd dat zij financiële problemen hebben en dat dit te wijten is aan het wegvallen van hun enige opdrachtgever. In dat geval matigt de kantonrechter de wettelijke verhoging tot 20 procent. Daarover moet wel de wettelijke rente worden betaald.

Hoofdelijk aansprakelijk

In totaal gaat het om ruim € 18.000, los van de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. Alle vennoten, ook de uitgetreden, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het gehele bedrag. Heeft er één betaald, zo stelt de kantonrechter, dan zijn de anderen ‘bevrijd’.