21 mei Geen contactbeperkingen voor gefailleerde die in verzekerde bewaring is gesteld
Een gefailleerde die niet meewerkt aan het onderzoek door de faillissementscurator kan worden gegijzeld. Mag hem daarbij contactbeperkingen worden opgelegd, zodat hij alleen kan spreken met zijn advocaten, curatoren en de rechter-commissaris – en dus niet met zijn familie? Over die vraag gaf de Hoge Raad uitsluitsel.
Deze zaak begint een jaar of tien geleden als een man, die failliet is verklaard, door de rechtbank in verzekerde bewaring werd gesteld. De reden: hij weigerde informatie aan de curator te verschaffen die nodig is voor de afwikkeling van het faillissement. Daarop staat een sanctie: gijzeling in het huis van bewaring. In deze zaak bepaalde de rechtbank, op verzoek van de curatoren, dat de gefailleerde tijdens zijn inbewaringstelling alleen contact mocht hebben met zijn advocaten, curatoren en de rechter-commissaris.
Wettelijke basis
In hoger beroep was het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het daar niet mee eens. Voor iedere inbreuk op het recht van persoonlijke vrijheid vereist het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens immers een wettelijke basis. Nu kan de directeur van een huis van bewaring – op grond van de Penitentiaire beginselenwet – een in bewaring gestelde gefailleerde wel bepaalde beperkingen opleggen, maar geen extra contactbeperkingen. Ook de Faillissementswet biedt die mogelijkheid niet, andere wettelijke bepalingen evenmin. Nu er geen wettelijke basis is die stelt dat een gegijzelde gefailleerde alleen contact mag hebben met zijn advocaten, curatoren en de rechter-commissaris, vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank.
Cassatie in het belang der wet
Omdat geen van de partijen hiertegen cassatieberoep instelde, en de visie van de Hoge Raad hierop wel van belang is, startte de procureur-generaal een procedure (‘cassatie in het belang der wet’). Met als vraag: kan de rechter die een gefailleerde in verzekerde bewaring laat stellen omdat deze zijn informatieplicht schendt, aan hem contactbeperkingen opleggen?
Ingrijpende maatregel
Inherent aan die bewaring is dat bepaalde contactbeperkingen noodzakelijk zijn. Maar hoever mogen die gaan? Alleen contact hebben met de advocaat, de curator en de rechter-commissaris is een ingrijpende maatregel en een inmenging in het privéleven, familie- en gezinsleven en de correspondentie van de gefailleerde. Een inmenging op dat recht moet bij wet zijn voorzien, op een wijze die voor de betrokkene voldoende kenbaar en voorzienbaar is.
Niet beoogd
De bepaling uit de Faillissementswet, op basis waarvan de rechter een gefailleerde in verzekerde bewaring kan stellen, voorziet niet in de mogelijkheid om daarbij contactbeperkingen op te leggen, zo oordeelt de Hoge Raad. De wetgever heeft dit ook niet beoogd toen deze bepaling werd geformuleerd. Dat blijkt ook niet toen de Wet versterking positie curator in 2017 tot stand kwam, waarbij de inlichtingen- en de medewerkingsplicht van de gefailleerde zijn uitgebreid. De curator kan nakoming van die plichten afdwingen door middel van een vordering tot inbewaringstelling van de gefailleerde, maar nergens blijkt dat de wetgever daarbij contactbeperkingen aan de gefailleerde wilde opleggen.
Geen contactbeperkingen
Kortom, er zijn geen wettelijke bepalingen die een grondslag bieden voor het opleggen van contactbeperkingen aan een gefailleerde die in verzekerde bewaring is gesteld. Zo’n inmenging in het privéleven is niet bij wet voorzien, de strikte eis uit het EVRM. Dat het opleggen van contactbeperkingen dienstbaar kan zijn aan het bereiken van het doel van de inbewaringstelling – nakoming door de gefailleerde van de verplichtingen die de wet hem in verband met zijn faillissement oplegt – leidt volgens de Hoge Raad niet tot een ander oordeel.