‘Whoa-toestand’ is vereiste voor afkoelingsperiode

‘Whoa-toestand’ is vereiste voor afkoelingsperiode

Ondernemers in zwaar weer kunnen via de Wet homologatie onderhands akkoord bij de rechtbank een afkoelingsperiode en een herstructureringsdeskundige proberen te regelen. Maar dan moet die ondernemer wel in een zogenoemde Whoa-toestand verkeren. Dat was bij deze horecaondernemer niet het geval.

Een horecaondernemer ziet, door een herinrichting van het stadscentrum (waardoor de loop eruit is) het aantal klanten teruglopen. Zij is al enige tijd niet meer in staat haar lopende verplichtingen te voldoen. Dit komt mede door de kosten van een langdurig zieke werknemer. De schulden zijn inmiddels opgelopen tot € 172.000 en er zijn 23 schuldeisers. De ondernemer wil haar onderneming op een betere locatie voortzetten, met een lagere huurprijs. Zij verwacht binnenkort afscheid te kunnen nemen van haar langdurig zieke werknemer. Daarna, zo vermoedt zij, is er voldoende omzet om aan haar ondernemingsverplichtingen te kunnen voldoen. Ze wilde de hypotheek op haar woning verhogen om daarmee de schuldeisers te voldoen, maar de bank wil daar niet aan meewerken. Een mogelijk faillissement is nog steeds niet uitgesloten.

Wet homologatie onderhands akkoord

Voor dit soort zaken is de Wet homologatie onderhands akkoord (Whoa) in het leven geroepen. Die geeft ondernemers met een in de kern levensvatbaar bedrijf de kans om de schulden netjes te ‘herstructureren’. Deze ondernemer doet een beroep op die wet. Voor haar is het van belang dat zij de zaak in alle ‘rust’ weer op orde krijgt, zonder de druk te voelen van de schuldeisers. Daarom verzoekt zij de rechtbank een zogenoemde afkoelingsperiode van vier maanden af te kondigen – in die periode mogen de schuldeisers hun vordering niet opeisen – en een herstructureringsdeskundige te benoemen. Deze laatste zal het onderhands akkoord voorbereiden. De ondernemer moet deze persoon wel zelf betalen.

WHOA-toestand

Om toegang te krijgen tot de Whoa-akkoordprocedure moet aannemelijk zijn dat de ondernemer in een toestand verkeert waarin zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. Dit heet de Whoa-toestand. Om dit te beoordelen, bekijkt de rechtbank of de vrouw nog in staat is om aan haar lopende verplichtingen te voldoen. Ook wordt bekeken of er een realistisch vooruitzicht bestaat dat een toekomstige insolventie kan worden afgewend als haar schulden niet worden geherstructureerd.

Alleen aannames

Probleem is dat de ondernemer niet beschikt niet over een exploitatiebegroting als zij de onderneming elders voortzet. Er is nog geen huurovereenkomst, ook de servicekosten zijn op die nieuwe plek onbekend. Het is dan niet zeker of de ondernemer daar haar financiële verplichtingen wel kan nakomen. Ook kon zij niet aangeven wanneer haar zieke werknemer geen financiële last meer is. Nu de ondernemer onvoldoende gegevens heeft aangeleverd over kosten die zij denkt te moeten maken en alleen maar aannames heeft over te realiseren omzet, kan de rechtbank niet vaststellen dat zij in staat zal zijn haar lopende verplichtingen te voldoen.

Afgewezen

In dat geval verkeert de ondernemer niet in de Whoa-toestand. En dan kan het verzoek om een afkoelingsperiode en herstructureringsdeskundige niet worden gehonoreerd. Dat weigert de rechtbank ook om een andere reden: deze ondernemer – of zeker haar advocaat die haar bijstaat – had moeten toezeggen om binnen twee maanden een akkoord aan te bieden. Dit vereiste staat in de weg. De rechtbank wijst ook daarom haar verzoeken af.