Curator kan zaken ‘voegen’ wegens verknochtheid

Curator kan zaken ‘voegen’ wegens verknochtheid

Een curator stelt twee bestuurders, beide een vennootschap, aansprakelijk voor de tekorten in een faillissement. Daarnaast valt ook de eigenaren van die vennootschappen iets te verwijten. Moeten de zaken tegen de bestuurders en de eigenaren apart worden behandeld? De curator wil ze ‘voegen’ omdat ze ‘verknocht’ zijn.

In het faillissement van een BV zet de curator hoog in. Twee onmiddellijke bestuurders, beide een vennootschap, hebben hun taak onbehoorlijk vervuld. Dit is een belangrijke oorzaak van het faillissement. Beide vennootschappen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden in het faillissement. De curator wil dat de rechtbank Rotterdam de bestuurders alvast een voorschot aan de curator betalen van € 1.000.000 en hen een bestuursverbod van vijf jaar oplegt.

Voeging

Maar daar komt wat bij: een ‘eis in incident’. De curator wil ook dat de hoofdzaak (hierboven) wordt gevoegd met de eerder door hem bij deze rechtbank aanhangig gemaakte zaak tegen de middellijk bestuurder: de persoon achter de twee besturende vennootschappen. Voeging wil zeggen dat beide zaken tegelijk worden behandeld. Dat kan ook, zegt de curator, omdat beide procedures berusten op hetzelfde feitencomplex: handelingen van en namens het bestuur van het failliete bedrijf. Volgens de curator is gezamenlijke beoordeling noodzakelijk om tegenstrijdige beslissingen te voorkomen en een efficiënte behandeling te bevorderen.

Ander of hetzelfde feitencomplex?

De bestuurders (de vennootschappen) verzetten zich tegen deze voeging. Zij betwisten dat sprake is van hetzelfde feitencomplex. Zij stellen dat de aansprakelijkheid van een natuurlijke persoon verschilt van die van een rechtspersoon. Daarom moeten deze in afzonderlijke procedures worden beoordeeld. Voeging zou er bovendien toe leiden dat de procedure, die al lang loopt, nog verder wordt vertraagd.

Verknochtheid

In het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 222 lid 1) staat dat voeging kan worden bevolen indien voor dezelfde rechter ‘verknochte’ zaken aanhangig zijn. Van verknochtheid is sprake indien de zaken zodanig samenhangen dat een gelijktijdige behandeling wenselijk is om tegenstrijdige beslissingen te voorkomen en een doelmatige procesvoering te bevorderen. Die argumenten droeg de curator ook al aan.

Hetzelfde feitencomplex

De rechtbank stelt op basis van de overgelegde stukken vast dat naast de lopende procedure bij deze rechtbank, een procedure van de curator tegen de bestuurder (als persoon) aanhangig is. De dagvaardingen zijn nagenoeg identiek en daaruit blijkt dat de procedures betrekking hebben op hetzelfde feitencomplex: het handelen van het bestuur voorafgaand aan het faillissement en de vraag of de bestuurders aansprakelijk zijn voor het faillissementstekort. Hier is dus sprake van verknochtheid. De beoordeling van de aansprakelijkheid van de vennootschappen hangt samen met het handelen van de bestuurder (natuurlijk persoon) van die vennootschappen.

Belangenafweging

Maar leidt voeging niet tot vertraging van de reeds lopende procedure? De rechtbank vindt het belang van een consistente beoordeling en het voorkomen van tegenstrijdige uitspraken zwaarder wegen. Dat de bestuurder (de natuurlijke persoon) niet is gehoord over de voeging is niet van belang: dat is niet in de wet geregeld. De rechtbank voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak.