Echtgenote van bestuurder kan diens borgstelling voor lening niet altijd vernietigen

Echtgenote van bestuurder kan diens borgstelling voor lening niet altijd vernietigen

Een bedrijf gaat een geldlening aan en twee bestuurders staan daarvoor borg. Als het bedrijf wegens faillissement de lening niet kan aflossen en de bestuurders persoonlijk worden aangeschreven, protesteren hun echtgenotes: zij willen de borgstelling vernietigen. Dat lukt niet.

Een BV exploiteert een onderneming in het beleggen van vermogen in effecten en onroerende zaken. Deze BV leent geld – tot € 2 miljoen – aan een bedrijf dat windmolens ontwikkelt en verkoopt. De twee bestuurders (en aandeelhouders) van het windmolenbedrijf staan ieder borg voor € 250.000. Nadien wordt het windmolenbedrijf op eigen aangifte failliet verklaard. De BV maakt vervolgens aanspraak op de borg en legt beslag op onroerende zaken die eigendom zijn van de bestuurders. Hun echtgenotes roepen de vernietiging in van de borgstellingen, omdat zij daarvoor geen toestemming hadden gegeven. De BV probeert het geld terug te krijgen via de rechtbank Noord-Holland.

Toestemming

In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:88 lid 1, aanhef en onder c) staat dat een echtgenoot toestemming nodig heeft van de andere echtgenoot als die echtgenoot, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of medeschuldenaar verbindt. Die toestemming is weer niet vereist indien zij wordt verricht door een bestuurder van een BV die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt, en mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap. Verricht een echtgenoot een rechtshandeling in strijd hiermee, dan kan de andere echtgenoot de rechtshandeling vernietigen.

Normale uitoefening

Hadden de bestuurders hier toestemming nodig van hun echtgenotes? Vaststaat dat de bestuurders samen alle aandelen bezaten. Werd de rechtshandeling ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf verricht? De bestuurders stellen van niet: de dagelijkse leiding lag immers bij een managementteam. Voor de groei van het bedrijf was financiering nodig, reguliere banken wezen dit af omdat het groeiplan te ambitieus was en dus zeer risicovol.

Borgstelling

Maar volgens de rechtbank gingen de bestuurders zelf de leningen aan, waarvoor zij zich borg hadden gesteld. Die financiering was bedoeld voor de normale bedrijfsactiviteiten van het windmolenbedrijf. De leningen verhoogden de liquiditeit van dit bedrijf en het geld is gebruikt voor haar bedrijfsvoering. De hoogte van de geldlening was in deze branche ook gangbaar. Dat de bestuurders de dagelijkse leiding bij het MT hadden neergelegd, maakt dit niet anders: zij blijven verantwoordelijk voor het beleid, ondanks die delegatie. De bestuurders kenden het groeiplan ook en ze waren beiden actief betrokken bij de leningen die uit dit groeiplan voortvloeiden.

Uit eigen zak betalen

Nu de borgstelling werd gedaan ten behoeve van de normale bedrijfsvoering, was toestemming van de echtgenotes van de bestuurders niet nodig. De rechtbank vernietigt de borgstelling dan ook niet. De bestuurders zullen iedere € 250.000 uit eigen zak aan de BV moeten betalen.