Turboliquidatie leidt niet tot bestuurdersaansprakelijkheid

Turboliquidatie leidt niet tot bestuurdersaansprakelijkheid

Een vennootschap betaalt een werknemer niet het loon van de laatste maand dat hij er werkt. Die spreekt de bestuurder daarop aan: hij had zijn vennootschap niet mogen beëindigen middels een turboliquidatie. Toch valt de bestuurders niets te verwijten, stelt de kantonrechter.

Een werknemer start een procedure tegen de bestuurder van het bedrijf waar hij werkt: hij eist betaling van achterstallig loon. Voordat de rechtbank vonnist wijst, wordt het bedrijf middels een turbo-liquidatie opgeheven. Snel daarna wordt de bestuurder door een kantonrechter veroordeeld: hij moet het achterstallig loon van de werknemer betalen – maar dat gebeurt uiteindelijk niet.

Loonvordering

Dan stelt de werknemer de bestuurder persoonlijk aansprakelijk. Hoewel hij wist van de loonvordering, ging hij toch over tot turboliquidatie. Daardoor is de werknemer als schuldeiser benadeeld, zeker nu hij zijn achterstallige loon niet kreeg. De werknemer spreekt van ‘betalingsonwil’, waarvoor de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hij is zijn wettelijke plicht, de behoorlijke taakuitoefening, niet nagekomen en dat is onrechtmatig – stelt de werknemer.

Persoonlijk ernstig verwijt

Is de bestuurder in persoon aansprakelijk? Alleen als hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarvoor geldt een hoge drempel, aldus de kantonrechter: bestuurders zijn niet aansprakelijk voor iedere gemaakte fout of vergissing.

Geen bestuurdersaansprakelijkheid

Van bestuurdersaansprakelijkheid zou sprake zijn geweest als de bestuurder ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst wist dat zijn vennootschap niet in staat was het loon te betalen. Maar de werknemer was twee jaar in dienst en zijn salaris werd steeds netjes betaald, tot de arbeidsovereenkomst werd opgezegd. De vordering van de werknemer heeft betrekking op de afwikkeling daarvan: het loon over de laatste gewerkte maand. Dat de bestuurder dus wist dat zijn onderneming ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst haar verplichtingen bij het einde van de arbeidsovereenkomst niet zou nakomen – dat klopt dus niet.

Betalingsonwil

Betalingsonwil kan een reden zijn voor bestuurdersaansprakelijkheid. Maar daarvan was hier geen sprake, aldus de kantonrechter. De vennootschap had gewoon niet voldoende middelen om het laatste maandsalaris te betalen. De werkgever stelt wel dat deze betalingsonmacht is veroorzaakt doordat de bestuurder geld aan de vennootschap onttrok of andere crediteuren selectief betaalde, maar onderbouwt dat niet. Niet is gebleken dat de bestuurder onzorgvuldig heeft gehandeld.

Turboliquidatie

De bestuurder had ook niet mogen overgaan tot turboliquidatie, probeert de werknemer nog. Ook dat klopt niet. Een turboliquidatie is een snelle manier om een rechtspersoon te ontbinden en mag alleen worden uitgevoerd als er geen baten meer in de onderneming zitten. De rechtspersoon mag dan geen activiteiten meer uitvoeren en geen bezittingen meer hebben. Deze turboliquidatie was niet onrechtmatig. Het enkele feit dat turboliquidatie ertoe leidt dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen kan voldoen, is onvoldoende voor het aannemen van bestuurdersaansprakelijkheid. De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer af.