10 feb Curator moet bewijzen dat bestuurder aanvraag eigen faillissement misbruikt
Soms blijkt na een faillissement de boedel leeg te zijn, zodat de curator niet kan worden betaald voor zijn werkzaamheden. Dat gebeurde in deze zaak ook. De bestuurder had niet moeten kiezen voor een faillissement, stelt de curator, maar voor een turboliquidatie. Op deze manier heeft de bestuurder zijn bevoegdheid om het faillissement aan te vragen misbruikt.
Een bestuurder van een BV doet aangifte tot faillietverklaring van zijn bedrijf. Tijdens de behandeling van deze zaak vraagt de rechter aan de bestuurder of faillissement wel het juiste instrument is om de vennootschap af te wikkelen. Er is immers te weinig geld om de curator te betalen. Zou ontbinding door middel van turboliquidatie niet beter zijn? Als de bestuurder bij zijn verzoek blijft, spreekt de rechtbank het faillissement uit en stelt een curator aan. De rechter-commissaris kent hem bijna € 16.000 aan voorschotten op zijn salaris toe, hij krijgt slechts € 1.267 uit de faillissementsboedel. De rest blijft onbetaald.
Turboliquidatie
De curator begint een procedure tegen de bestuurder en vordert bij de kantonrechter het resterende deel van zijn salaris. Hij stelt dat de bestuurder misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om aangifte te doen tot faillietverklaring. Hij wilde alleen van zijn BV met schulden afkomen, terwijl hij wist – of behoorde te weten – dat de boedel (nagenoeg) leeg zou zijn. De bestuurder had moeten kiezen voor turboliquidatie. Als de curator deze procedure verliest, gaat hij in hoger beroep.
Misbruik
De eerste vraag die het gerechtshof moet beantwoorden is of de bestuurder misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot het doen van aangifte tot faillietverklaring nu hij wist dat de boedel leeg was. Volgens hof heeft een rechtspersoon die (nagenoeg) geen baten heeft, niet de plicht te kiezen voor turboliquidatie – de curator stelde van wel. En ook al wist de bestuurder dat de boedel (nagenoeg) leeg was, dan nog hoeft er geen sprake te zijn van misbruik van bevoegdheid het faillissement aan te vragen. Dat geldt alleen als de aanvrager geen voldoende gerechtvaardigd belang bij de aanvraag heeft. Deze bestuurder had dat wel, stelt het hof.
Bestuurdersaansprakelijkheid
Bij een faillissement vindt – in tegenstelling tot een turboliquidatie – een transparante afwikkeling van het vermogen van de BV plaats. De curator onderzoekt daarbij of het bestuur zijn taken goed heeft vervuld en of de schuldeisers niet zijn benadeeld. Dan zal een schuldeiser minder snel overgaan tot aansprakelijkstelling van het bestuur dan bij een turboliquidatie. In deze zaak overwoog een schuldeiser – de verhuurder van het bedrijfspand van de BV – de bestuurder aansprakelijk te stellen wegens een huurachterstand. Juist door de aangifte tot faillietverklaring beperkte de bestuurder het risico dat hij persoonlijk aansprakelijk zou worden gesteld – daar zit zijn gerechtvaardigd belang.
Geen misbruik
Maar er speelt nog iets. De bestuurder zou, beweert de curator, geld hebben weggesluisd waardoor hij ‘willens en wetens’ de curator heeft opgezadeld met een grote hoeveelheid werk zonder dat daar een vergoeding tegenover staat. Volgens de bestuurder is er niets weggesluisd maar is dat geld gebruikt om opeisbare vorderingen van derden te voldoen – geen cent is in eigen zak gevloeid. Dit laatste heeft de curator niet weersproken, hij heeft niets aangedragen dat dit misbruik moet aantonen. Nu de curator geen bewijzen aandraagt voor het misbruik, kan het hof niet vaststellen dat de bestuurder de bevoegdheid tot het aanvragen van faillissement heeft misbruikt. De curator verliest zijn zaak voor de tweede keer.