Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking, dan ook geen faillissementsuitkering

Geen privaatrechtelijke dienstbetrekking, dan ook geen faillissementsuitkering

Na een faillissement hebben werknemers recht op doorbetaling van het salaris. Eventueel neemt het Uwv deze verplichting over, maar dan moet een werknemer wel aantonen dat sprake is van een ‘privaatrechtelijke dienstbetrekking’.

Als een bedrijf failliet gaat, lopen de arbeidsovereenkomsten in principe door: werknemers moeten blijven werken en hebben recht op loon. De faillissementscurator kan deze contracten wel opzeggen. De opzegtermijn in faillissement is maximaal zes weken en in die periode moet het loon gewoon worden betaald. Als de werkgever dit niet kan betalen, kan het Uwv dit overnemen. Deze kan het loon over maximaal dertien weken betalen (tot het ontslag), of het loon tijdens de opzegtermijn (maximaal zes weken). Dit heet een faillissementsuitkering.

Privaatrechtelijke dienstbetrekking

In deze zaak wijst het Uwv de salarisbetalingen van een werknemer af omdat deze onvoldoende aannemelijk had gemaakt zij een werknemer was in de zin van de Werkloosheidwet: er was geen privaatrechtelijke dienstbetrekking. De werknemer gaat daarover procederen tot aan de Centrale Raad van Beroep. Het is vaste rechtspraak dat voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking voldaan moet zijn aan drie voorwaarden: het moet gaan om een verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, er moet een gezagsverhouding zijn en er is een verplichting tot het betalen van loon. Is dit allemaal aan de orde, dan is sprake van een arbeidsovereenkomst. Het gaat daarbij niet alleen om een ‘formele’ arbeidsovereenkomst, maar ook op de wijze waarop partijen hieraan uitvoering hebben gegeven.

Loonstroken

Omdat de vrouw degene is die de faillissementsuitkering aanvraagt, moet zij aantonen dat aan de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst is voldaan. Daarvoor laat zij loonstroken (over negen maanden) en de arbeidsovereenkomst zien. Er was wel een familierelatie maar dat betekent nog niet dat er geen gezagsverhouding was, vindt zij.

Gezagsverhouding

Dat overtuigt de Raad niet. Uit alleen een arbeidsovereenkomst en loonstroken blijkt niet dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking was. Dat zegt namelijk nog niets over de vraag hoe de vrouw en de failliete BV waar zij werkte in de praktijk uitvoering gaven aan hun verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. De vragen van het Uwv hierover heeft de vrouw niet willen beantwoorden. De Raad vindt het niet aannemelijk dat er echt is gewerkt, onder meer omdat het onduidelijk is welke werkzaamheden de vrouw zou hebben verricht. Ook onduidelijk is hoe de gezagsverhouding eruit zag, vanwege het ontbreken van een helder onderscheid tussen de familierelatie en de werkrelatie, en er is niets bekend over de instructie- en controlebevoegdheid van de BV. Volgens de Centrale Raad van Beroep, die 16 november 2023 uitspraak deed, is op deze manier het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet aannemelijk geworden. Nu niet vast staat dat de vrouw als werknemer kan worden aangemerkt, heeft het Uwv de faillissementsuitkering terecht mogen weigeren.