15 sep Laag uurtarief voor ingehuurde zzp’er? Dit duidt dan op arbeidsovereenkomst
Ondernemers en andere opdrachtgevers doen er goed aan het uurtarief dat zij betalen aan zzp’ers nog eens voor het licht te houden. Ontvangen ingehuurde zelfstandigen zonder personeel te weinig, dan geldt een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst.
In april van dit jaar ging de Tweede Kamer akkoord met de Wet rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. Nadat ook de Eerste Kamer hiermee in juni 2026 instemde, is deze wet definitief aangenomen. Dit ‘rechtsvermoeden’ was oorspronkelijk onderdeel van het voorstel voor de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR), maar die is geschrapt.
Rechtsvermoeden
De nieuwe wet is van belang voor opdrachtgevers die zzp’ers inhuren. Deze wet verandert de regels voor de beoordeling van een arbeidsovereenkomst. Krijgen zzp’ers een uurtarief lager dan € 38, dan geldt straks een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat een zzp’er met een laag uurtarief eerder wordt gezien als werknemer. Zo wil de overheid schijnzelfstandigheid tegengaan en zzp’ers beter beschermen.
Bewijslast
Als een zzp’er minder verdient dan € 38 per uur, dan kan hij of zij een beroep doen op het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Stapt de zzp’er naar de rechter, dan is het uitgangspunt dat hij of zij werknemer is. In dat geval moet de opdrachtgever bewijzen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast ligt dus bij de opdrachtgever.
Ontslagbescherming
Daarmee is de bewijslast omgedraaid. Kan de opdrachtgever niet bewijzen dat er geen arbeidsovereenkomst is gesloten, dan kan de zzp’er aanspraak maken op de rechten die horen bij een arbeidsovereenkomst, zoals loondoorbetaling bij ziekte, recht op vakantiedagen en ontslagbescherming.
Ingangsdatum
Overigens blijft werken met een uurtarief dat onder de € 38 ligt gewoon toegestaan. Maar dan moet de arbeidsrelatie wel correct en zelfstandig zijn vormgegeven. De nieuwe wet gaat in op 31 december 2026. De wet stond in juni 2026 in het Staatsblad, en is daarmee definitief.