20 aug Misbruik van identiteitsverschil maakt bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor schade
Een huurder raakt in conflict met zijn verhuurder. Maar wie heeft het verhuurrecht? De eigenaar van het pand, een stichting of een tweede stichting, die op opgericht na turboliquidatie van de eerste? De kantonrechter oordeelt: de verhuurder trok bewust een juridisch rookgordijn op. Misbruik van identiteitsverschil komt hem duur te staan.
Deze zaak gaat over een pand waarin enkele woonruimtes worden verhuurd. Een stichting is de verhuurder, de eigenaar van het pand is bestuurder van de stichting. Op enig moment treedt hij uit de stichting en wordt zijn zoon bestuurder, met terugwerkende kracht van een klein jaar. De huurder klaagt bij de Huurcommissie over de hoge huur. Hij krijgt gelijk, de huurprijs wordt fors verlaagd en de verhuurder moet het te veel betaalde (€ 12.000) terugstorten.
Ontbinding
Vervolgens start de stichting een procedure om de uitspraak van de Huurcommissie ongedaan te krijgen. Die vordering wordt afgewezen. Desondanks betaalt de verhuurder niets terug. De zoon laat als bestuurder de stichting wel ontbinden, met als reden: er zijn geen bekende baten meer aanwezig. Een andere stichting neemt de huurovereenkomst over.
Turboliquidatie
Vervolgens dagvaardt de huurder de bestuurder en eist alsnog zijn huur terug. Hij stelt dat de formeel bestuurder van de stichting (de zoon) en de eigenaar als feitelijk (indirect formeel) bestuurder persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schade van de huurder. Zij hebben zijn verhaalsmogelijkheden op onrechtmatige wijze gefrustreerd door de turboliquidatie. Dat geschiedde ten onrechte, omdat er nog baten aanwezig waren. Door middel van een ingewikkelde constructie met rechtspersonen wilde de eigenaar een rookgordijn opwerpen om zo zijn betalingsverplichtingen te ontlopen, aldus de huurder.
Misbruik van identiteitsverschil
Juridisch luidt de vraag of de (ex-)bestuurders (vader en zoon) misbruik maken van identiteitsverschil tussen hen in persoon en verschillende rechtspersonen, zoals de twee stichtingen. In het Rainbow-arrest (2000) stelde de Hoge Raad dat degene die zeggenschap heeft over twee rechtspersonen misbruik kan maken van het identiteitsverschil hiertussen. Dit is onrechtmatig en leidt tot een verplichting de schade vergoeden: niet alleen door de bestuurder maar ook door de rechtspersonen. Van misbruik van identiteitsverschil kan ook sprake zijn indien iemand een goed waarvan hij alle voordelen geniet met gebruikmaking van dat identiteitsverschil buiten zijn vermogen brengt, uitsluitend met het oogmerk dat goed aan verhaal van zijn crediteuren te onttrekken.
Verhuurrecht
In deze zaak is de eigenaar, dan wel zijn persoonlijke holding, ook (middellijk) bestuurder van de stichting, die op papier de woning heeft verhuurd. De eigenaar stelt dat de stichting het verhuurrecht heeft, maar dit komt niet overeen met zijn stelling dat de stichting geen activa heeft en daarom is geliquideerd. En het is ook niet duidelijk of de eigenaar het verhuurrecht daadwerkelijk aan de stichting heeft overgedragen. Nu de stichting gedurende de huurovereenkomst met de huurder is geliquideerd bij gebrek aan baten, kan de rechtbank slechts concluderen dat de stichting enkel op last van de eigenaar als verhuurder is opgetreden.
Onrechtmatig
Door hierover niet duidelijk te communiceren en door de stichting zich te laten voordoen als verhuurder, heeft de eigenaar misbruik gemaakt van het identiteitsverschil. De eigenaar had in de procedure bij de Huurcommissie duidelijk moeten maken dat niet de stichting, maar hijzelf de verhuurder was. Hij liet zich met terugwerkende kracht uitschrijven als bestuurder, liet zijn zoon inschrijven, ontbond de stichting en schoof een andere stichting – waar hij zelf achter zat – naar voren als verhuurder. Deze werkwijze had volgens de kantonrechter tot doel om verhaal van de huurder op de eerste stichting onmogelijk te maken, en dat is onrechtmatig.
Alles terugbetalen
De zoon was met terugwerkende kracht formeel bestuurder geworden en hij heeft de turboliquidatie uitgevoerd. Het doel daarvan was de huurder te misleiden zodat deze zich niet meer kon verhalen op de stichting. Het beëindigen van de ondernemingsactiviteiten van de stichting en het voortzetten van dezelfde activiteiten door de andere stichting, zonder daarbij de daadwerkelijke verhuurder (de eigenaar) kenbaar te maken, had ook geen ander oogmerk dan de huurder te benadelen. Net als zijn vader heeft de zoon onrechtmatig gehandeld. Beiden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de huurder daardoor heeft geleden. Zij moeten de onverschuldigd betaalde huur terugbetalen. Ook de servicekosten, oordeelt de kantonrechter, juist omdat hun een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt vanwege het creëren van een rookgordijn.