Failliete BV mocht geen gelden overmaken, ontvanger moet terugbetalen aan curator.

Failliete BV mocht geen gelden overmaken, ontvanger moet terugbetalen aan curator.

Het valt de curator op dat een failliet bedrijf in de maanden voorafgaande aan het faillissement gelden heeft overgemaakt naar bestuurders van gelieerde vennootschappen. Dat blijkt ‘paulianeus’ te zijn.

Als de curator onderzoek doet naar een failliet bedrijf, ontdekt hij dat dit bedrijf in de maanden voorafgaande aan het faillissement overboekingen heeft gedaan naar een bedrijf in dezelfde holding. Beide bedrijven zijn opgericht door een derde bedrijf. De enige aandeelhouder en bestuurder daarvan is weer de levenspartner van de enige aandeelhouder en bestuurder van het bedrijf dat de gelden heeft ontvangen van het failliete bedrijf. Het gaat om ruim € 96.000. De curator heeft deze overboekingen buitengerechtelijk vernietigd, en vraagt de rechtbank Limburg om een verklaring dat deze vernietiging ook rechtsgeldig is. De curator eist ook dat het bedrijf dat dit geld heeft gekregen, dit aan hem terugbetaalt.

Onverplicht

In de Faillissementswet staat dat een curator elke rechtshandeling die de schuldenaar vóór de faillietverklaring onverplicht heeft verricht – en waarvan deze wist of behoorde te weten dat schuldeisers zouden worden benadeeld – door een buitengerechtelijke verklaring kan vernietigen. Onverplicht wil zeggen: tegenover de betaling staat geen tegenprestatie, wat erop kan duiden dat gelden ‘stiekem’ zijn overgeheveld, zodat ze buiten het faillissement vallen.

Afromen

Het is de taak van de curator onderzoek te doen naar de administratie van een failliet bedrijf. In dit geval waren er alleen bankafschriften. Het bedrijf roomde in de jaren voorafgaand aan het faillissement de bedragen die binnenkwamen systematisch af en hevelde deze over naar gelieerde vennootschappen of naar gelieerde bestuurders. Het viel de curator op dat (andere) schuldeisers niet werden betaald. Ook deed het bedrijf al enige tijd geen belastingaangiften meer; de Belastingdienst had nog een vordering van € 317.000, schuldeisers € 155.000.

Paulianeus

De overboekingen vlak voor het faillissement hadden – zo beweert het failliete bedrijf – te maken met personeel dat het had ingeleend van de andere vennootschappen. Maar dit blijkt niet uit de facturen, stelt de curator: de overboekingen zijn dus zonder rechtsgrond verricht. Het zijn ‘onverplicht verrichte rechtshandelingen’ (in het faillissementsrecht spreken we van ‘paulianeus’), waardoor de schuldeisers zijn benadeeld. De bestuurders die het geld ontvingen moeten dit hebben geweten, nu zij levenspartners van elkaar zijn.

Terugbetalen

De rechtbank is het eens met de analyse van de curator. Uit de administratie is op geen enkele wijze gebleken dat de bedragen die in de maanden voorafgaand aan het faillissement naar de andere BV zijn overgemaakt daadwerkelijk betrekking hadden op prestaties die deze BV heeft verricht. De facturen zijn vooral heel vaag. Dat de administratie slecht is bijgehouden, waardoor de failliete BV niet het tegendeel kan bewijzen, is hier in het nadeel van die BV, maar voor eigen risico. De rechtbank oordeelt ook dat de overheveling van bedragen is gedaan met het oog op verwachte faillissement. De rechtbank wijst gevorderde verklaring voor recht dan ook toe, en ook de vordering tot betaling van het onverschuldigde bedrag van € 96.253.