22 sep Kleine steunvordering kan faillissementsverzoek in de weg staan
Een faillissement wordt pas uitgesproken als een schuldenaar meerdere schuldeisers onbetaald laat. Maar wat als er slechts één steunvordering is, en het openstaande bedrag daarvan is heel laag? In deze rechtszaak weigerde de rechtbank om die reden een faillissement uit te spreken.
In deze zaak stelt de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Kappersbedrijf dat het een opeisbare vordering heeft van € 8.169 op een kapperszaak. Deze zou niet alle pensioenpremies voor de werknemers hebben afgedragen. Daarnaast laat deze kapperszaak een vordering van € 250 onbetaald van Het Sociale Fonds Kappers. Het pensioenfonds verzoekt de rechtbank Midden-Nederland om de kapperszaak failliet te verklaren.
Betalingsregeling
Voorafgaande aan de zitting had het pensioenfonds nog contact met de kapperszaak. Tussen beide is toen een betalingsregeling afgesproken, waarbij de kapperszaak gedurende drie maanden ruim € 3.000 per maand zou voldoen. Daar kwam weinig van terecht: de kapperszaak heeft uiteindelijk twee maal € 250 afgedragen. Wel stelde de kapperszaak vervolgens een nieuwe regeling voor, waarbij zij € 1.500 per maand zal voldoen. Met deze regeling is het pensioenfonds niet akkoord gegaan en zet om die reden de faillissementsaanvraag door. De kapper verschijnt niet ter zitting.
Wettelijke eisen
De rechtbank moet beoordelen of de faillissementsaanvraag aan de wettelijke eisen voldoet. In de Faillissementswet staat dat een faillissement op verzoek van een schuldeiser wordt uitgesproken als aan twee voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet de verzoekster (hier: het pensioenfonds) een vorderingsrecht hebben, en dat is duidelijk het geval. In de tweede plaats moet de rechter beoordelen of de schuldenaar (hier: de kapperszaak) in de toestand verkeert dat deze is opgehouden met het betalen aan de schuldeisers. Hiervoor is vereist dat er meerdere schuldeisers zijn, de zogenoemde ‘pluraliteit’. De rechter moet daarbij onderzoeken of er ook andere omstandigheden zijn die aantonen dat de kapperszaak heeft opgehouden te betalen.
Steunvordering
De rechtbank heeft twee aanwijzingen dat de kapperszaak niet verkeert in een toestand dat deze is opgehouden met betalen. Zo heeft de kapperszaak zelf voorgesteld om elke maand € 1.500 over te maken om zo de schuld af te lossen – de kapper is kennelijk bereid om te betalen en stelt zelf ook dat dit mogelijk is. Verder vindt de rechtbank de omvang van de steunvordering wel erg klein. Op basis daarvan zou een faillissement wel een heel zware ‘sanctie’ zijn.
Afwijzing
Als het pensioenfonds het voorstel van de kapperszaak aanvaardt, zal de vordering binnen een redelijke termijn wordt terugbetaald. De rechtbank heeft onvoldoende andere omstandigheden gezien waaruit blijkt dat de kapperszaak heeft opgehouden te betalen. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot faillietverklaring af.