04 aug Rechten en plichten van werknemers gaan mee bij overgang van onderneming
Bij overgang van een onderneming behoort de ‘verkrijger’ de rechten en plichten van werknemers over te nemen. Die komen dus gewoon in dienst van de onderneming die de boel overneemt. Dat gaat niet altijd goed, toont deze zaak aan.
Een vrouw is in dienst van een stichting die ambulante begeleiding biedt aan moeders met kinderen. Zij is daar persoonlijk begeleider, met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op enig moment raakt zij arbeidsongeschikt. Een half jaar later meldt de stichting te stoppen met alle bedrijfsactiviteiten. De stichting zegt het arbeidscontract met de vrouw op en houdt daarbij rekening met een maand opzegtermijn. Die maand wordt zij nog betaald, daarna krijgt zij een Ziektewetuitkering.
Kort geding
Daags nadat haar contract ophoudt, wordt een nieuwe stichting opgericht. Die richt zich op het ondersteunen van moeders en hun kinderen bij het ontwikkelen van een stabiele en veilige werkomgeving. Volgens de vrouw had de eerste stichting nooit de arbeidsovereenkomst mogen opzeggen – zeker nu de nieuwe stichting hetzelfde beoogt – en legt dit voor aan de kantonrechter (kort geding).
Verplichtingen nakomen
De vrouw stelt dat de eerste stichting haar organisatie heeft overgedragen aan de nieuwe stichting. Haar dienstverband is dan van rechtswege overgegaan op de nieuwe stichting. Zij wil dat de nieuwe stichting haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst nakomt: ze wil haar loon ontvangen – ook na de opzegging van de arbeidsovereenkomst – en dat de nieuwe stichting haar re-integratieverplichtingen nakomt.
Rechtsgeldig
De nieuwe stichting geeft toe dat sprake is van een overgang van onderneming. Maar die stichting heeft van haar voorganger begrepen dat de arbeidsovereenkomst met de vrouw rechtsgeldig was opgezegd. De nieuwe stichting ging er dan ook te goeder trouw vanuit dat zij de vrouw niet hoefde over te nemen maar benadrukt dat zij graag een oplossing wil die recht doet aan de positie van de vrouw.
Spoedeisend belang
De voorzieningenrechter moet eerst beoordelen of de vrouw wel een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Zonder spoedeisendheid zal deze rechter de zaak niet behandelen. Hier gaat het om een loonvordering, die naar zijn aard spoedeisend is. De vrouw ontvangt weliswaar een Ziektewetuitkering, maar heeft daarop wettelijk gezien geen recht. Deze zal dan ook worden teruggevorderd. Daarnaast heeft de vrouw, vanwege haar arbeidsgeschiktheid, er een groot belang bij dat op de kortst mogelijke termijn de re-integratie op gang komt.
Overgang van onderneming
Wat is ‘overgang van een onderneming’? In artikel 7:662 van het Burgerlijk Wetboek staat dat een economische eenheid bij die overgang – die tot stand komt door een overeenkomst, fusie of splitsing – haar identiteit behoudt. In artikel 7:663 BW staat dat door de overgang van een onderneming de rechten en verplichtingen die de werknemer op dat tijdstip heeft (op basis van diens arbeidsovereenkomst) van rechtswege overgaan op de verkrijger. De nieuwe onderneming neemt dus de werknemers van de vorige onderneming over, met alle rechten en plichten die daarbij horen.
Van rechtswege
In deze zaak erkent de nieuwe stichting dat een overgang van onderneming heeft plaatsgevonden. De vorige stichting geeft nu toe dat de zij de arbeidsovereenkomst van de vrouw niet rechtsgeldig heeft opgezegd. In dat geval is het voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake was van overgang van onderneming, waarbij de arbeidsovereenkomst van de vrouw van rechtswege is overgegaan. Ten tijde van de overgang van onderneming was de vrouw namelijk nog in dienst van vorige stichting. Dat de nieuwe stichting is uitgegaan van een verkeerde voorstelling van zaken, is niet relevant.
Loon doorbetalen
Nu de vrouw – achteraf – steeds in dienst was van de nieuwe stichting, moet deze haar loon betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig wordt beëindigd. Immers, de arbeidsovereenkomst is als gevolg van de overgang van onderneming op de nieuwe stichting als verkrijger overgegaan. Vaststaat dat de nieuwe stichting het loon niet tijdig aan de vrouw heeft betaald. Dit wordt ‘bestraft’ met een wettelijke verhoging die kan oplopen tot 50 procent van het loon, maar de kantonrechter matigt dit tot 10 procent.
Re-integratie
De nieuwe stichting moet als werkgever van de vrouw, die nog arbeidsongeschikt is, ook de re-integratieverplichtingen na te leven. Als de vrouw weer hersteld is, moet de werkgever haar ook weer aan het werk zetten.